| |
|
|
|
|
| |
|
 |
|
 |
|
"Luminous Art & Design :: Art & Artists"
Industrieel Ontwerp :: Biography and Books"
|
|
 |
|
 |
|
Industrieel ontwerp is het ontwerp van massaal geproduceerde producten en draait om de functie, waarde en uiterlijk van producten. Het is ontwikkeld na de Industriële Revolutie door de behoefte aan een balans tussen industrie en ambacht.
|
|
|
|
Industrieel ontwerp is ontwerp van massaal geproduceerde en machinaal vervaardigde producten. Esthetiek en bruikbaarheid van de producten zijn de hoofdoverwegingen in industrieel ontwerp. Industriële ontwerpers houden zich bezig met de functie, waarde en uiterlijk van producten, maar ook met de planning en ontwikkeling van het productieproces. Een goed ontworpen massaproduct moet mooi zijn, bruikbaar en zou ook economisch efficiënt moeten kunnen worden geproduceerd.
Industrieel ontwerp wordt toegepast aan zowel consumentenproducten als industriële producten en zijn onder andere meubelen, huishoudelijke artikelen, vervoersmiddelen, gereedschappen, landbouwmachines, juwelen en vrijetijdsgoederen. Industriële ontwerpers ontwerpen niet alleen nieuwe producten, maar verbeteren ook bestaande producten door de materialen of vormen aan te passen om zo de bruikbaarheid te verbeteren, productiekosten te verlagen en aantrekkelijkere producten te creëren. Ontwerpers zijn betrokken bij vier belangrijke ontwerp- en onderzoeksactiviteiten: menselijk gedrag, de samenwerking tussen mens en machine, de omgeving en het product zelf.
De geschiedenis van industrieel ontwerp begon met de industrialisering van west-Europa en de tweede helft van de 18de eeuw. De Industriële Revolutie hielp om de economie uit te breiden en grote stedelijke centra ontwikkelden. Voor deze periode was de productie van allerdaagse voorwerpen het resultaat van individueel handwerk, maar nu konden handgemaakte goederen niet langer bijhouden met de groeiende vraag naar betere producten. De ambachtsmannen werden uitgesloten van het industrieel vervaardigen van producten. Maar een nieuw beroep ontwikkelde zich uit de behoefte voor een balans tussen de industrie en het ambacht; industrieel ontwerp. De term industrieel ontwerper werd voor het eerst gebruikt in de jaren ’20 van de vorige eeuw in de Verenigde Staten om de specialist die aan product ontwerp werkte te omschrijven.
Vroege ontwikkelingen in industrieel ontwerp speelden zich af in noord-Europa met het oprichten van ontwerpscholen die voorstander waren van de introductie van kunst in de industrie. In 1907 werd de Duitse nationale ontwerpers organisatie, ‘Deutscher Werkbund’ gevormd. De leden maakten bezwaar tegen de lelijkheid van de gebouwde omgeving en redeneerden over fundamentele vraagstukken over de relatie tussen bruikbaarheid en schoonheid, en het doel van schoonheid in een standaard voorwerp. Deze filosofische richting werd de basis van Bauhaus, de ontwerpschool die in 1919 werd opgericht met de bedoeling om een combinatie te zijn tussen een architectuurschool, ambachtsschool en kunstacademie. Bauhaus beïnvloedde de ontwikkeling van het industriële ontwerp over de hele wereld. In 1925 verhuisde de Bauhaus naar Dessau en een school voor industrieel ontwerp bleef achter in Weimar. Deze school is nu bekend als de Technische Universiteit voor Architectuur en Civiele Technieken.
Een doorlopend aspect van industrieel design is ‘geplande veroudering’, een term die voor het eerst gebruikt werd door Brook Stevens in 1954. Hij verklaarde dat het de missie is van industrieel ontwerp om ‘in de koper een wens op te wekken om iets dat een beetje nieuwer, en een beetje beter is, een beetje eerder dan noodzakelijk te bezitten’. Dit wil zeggen dat industriële ontwerpers producten zo vaak mogelijk moeten opwaarderen en nieuwere, snellere en betere modellen te maken om hun voorlopers minder aantrekkelijk te laten lijken. Ook worden producten zo ontworpen dat ze hun topfunctie verliezen na een bepaalde periode van gebruik, om de consumenten aan te moedigen om opnieuw te kopen. Dit wordt ook vaak omschreven als een marketinglist en wordt vaak gerelateerd aan milieuzaken als vervuiling en uitputting van bronnen.
|
| |
|
|
|
|