| |
|
|
|
|
| |
|
 |
|
 |
|
"Luminous Art & Design :: Art & Artists"
Surrealisme :: Biography and Books"
|
|
 |
|
 |
|
Surrealisme (1924-jaren ‘60) is een culturele beweging beïnvloed door de theorieën van Freud, dat probeerde verzinsels te uiten zonder zelf-censurering en bewuste controle.
|
|
|
|
Surrealisme (1924-1960's) is een literaire en kunst beweging van de 20ste eeuw, die is beïnvloed door het psychoanalytische werk van Sigmund Freud en Carl Jung. Surrealisme probeert verzinselen van het onderbewuste verstand te uiten zonder enige intentie om het werk logisch en begrijpelijk te maken. Surrealisten bewonderden kunstwerken van krankzinnigen voor hun vrijheid in uitingen.
Na de Eerste Wereld Oorlog begon de leider van het Surrealisme André Breton te experimenteren met automatisch schrijven, en publiceerde dit schrijfwerk en ook verslagen van dromen in het literaire tijdschrift Littérature. De publicatie van ‘Manifeste du surréalisme’ in 1924 vestigde eindelijk de Surrealistische beweging. In dit manifest verklaarden de Surrealisten hun bedoelingen en filosofie, welke was het uiten van het functioneren van de gedachten zonder bewust moraal of zelf-censoring. Gebaseerd op de theorieën van Freud was het onderbewustzijn gezien als de bron van de verbeelding.
In het begin was het enkel een literaire beweging. Breton twijfelde of visuele kunsten van nut konden zijn in de Surrealistische beweging omdat deze minder open staan voor automatisme. Surrealistische schrijvers zoals Louis Aragon, Paul Éluard, André Breton, Robert Desnos, en Jean Cocteau, waren vooral geïnteresseerd in automatisch schrijven en woordassociaties. De literaire betekenis was minder belangrijk en daardoor waren Surrealistische schriften erg moeilijk te lezen. Thema’s voor literaire werken waren vaak verrassingen, toevalligheden of het lot.
Surrealistische schilderijen werden later ontwikkeld, maar zijn nu beter bekend dan de literaire stijl. De stijl richtte op psychologische toestanden die lijken op dromen en fantasie en kunnen in twee categorieën worden omschreven: die traditionele technieken gebruikten om fantastische beelden te creëren, zoals Salvador Dalí, die zijn ‘paranoïde-kritische methode’ ontwikkelde en die een meer abstractere stijl hanteerden, zoals Max Ernst, die gebruik maakte van collages en frottages om het onderbewustzijn te uiten, en de decalcomania van Diminguez.
De Gouden Jaren van het Surrealisme waren in de jaren ’30 van de vorige eeuw. Grootse werken werden geproduceerd in het jaar 1931. Salvador Dalí; The Persistence of Memory. ‘Palais promontoire’ van Yves Tanguy en Magritte's ‘La Voix des airs’. De kenmerken van hun stijl (beeldend, abstract, psychologisch) stonden voor de vervreemding die veel mensen voelden in de moderne periode.
Er was ook kritiek op de Surrealisten. Freud zelf beweerde dat het een fout was om Surrealistische kunstwerken te beschouwen als directe weergaven van het onderbewustzijn, omdat ze weldegelijk goed gevormd en aangepast zijn door het ego. Surrealisten zouden zichzelf bedriegen. Maar ze produceerden wel grootse werken die een invloed hadden op vele andere vakgebieden en probeerden de verbeelding te bevrijden. En ze hadden een invloed op de radiale en revolutionaire politiek dat vooral zichtbaar was in de Linkse partijen in de jaren ’60 en ’70.
Er waren vaak uitwijzingen van de beweging en het uiteenvallen was meer dan eens een dreiging. Maar het is niet duidelijk of het Surrealisme een einde had en wanneer dit gebeurde. Enkele geschiedkundigen zeggen dat de stijl eindigde gedurende de Tweede Wereld Oorlog, maar dat de georganiseerde beweging nog leefde totaal de dood van leider André Breton in 1966. Ook wordt de dood van Salvador Dalí in 1989 vaak gezien als het einde van het Surrealisme.
|
| |
|
|
|
|